Arhiva categoriei: Alte limbi

Conjugarea verbului ønske in norvegiana

Conjugarea verbului a vrea (ønske) in limba norvegiana la toate timpurile:

ønske- a vrea

Forme nominale

Infinitiv

ønske

Participiu trecut

ønsket

Participiu prezent

Indicativ

Prezent

jeg ønsker
du ønsker
han ønsker
vi ønsker
dere ønsker
de ønsker
jeg har ønsket
du har ønsket
han har ønsket
vi har ønsket
dere har ønsket
de har ønsket

Trecut

jeg ønsket; ønskte
du ønsket; ønskte
han ønsket; ønskte
vi ønsket; ønskte
dere ønsket; ønskte
de ønsket; ønskte
jeg hadde ønsket
du hadde ønsket
han hadde ønsket
vi hadde ønsket
dere hadde ønsket
de hadde ønsket

Viitor

jeg vil ønske
du vil ønske
han vil ønske
vi vil ønske
dere vil ønske
de vil ønske
jeg vil ha ønsket
du vil ha ønsket
han vil ha ønsket
vi vil ha ønsket
dere vil ha ønsket
de vil ha ønsket

Conditional

jeg ville ønske
du ville ønske
han ville ønske
vi ville ønske
dere ville ønske
de ville ønske
jeg ville ha ønsket
du ville ha ønsket
han ville ha ønsket
vi ville ha ønsket
dere ville ha ønsket
de ville ha ønsket

Imperativ

jeg
du ønsk
han
vi
dere
de

Conjugarea verbelor in norvegiana.

Conjugarea verbului ha

Conjugarea verbului a avea (ha) in limba norvegiana la toate timpurile:

ha- a avea

Forme nominale

Infinitiv

  ha

Participiu trecut

  hatt

Participiu prezent

Indicativ

Prezent

jeg har
du har
han har
vi har
dere har
de har
jeg har hatt
du har hatt
han har hatt
vi har hatt
dere har hatt
de har hatt

Trecut

jeg hadde
du hadde
han hadde
vi hadde
dere hadde
de hadde
jeg hadde hatt
du hadde hatt
han hadde hatt
vi hadde hatt
dere hadde hatt
de hadde hatt

Viitor

jeg vil ha
du vil ha
han vil ha
vi vil ha
dere vil ha
de vil ha
jeg vil ha hatt
du vil ha hatt
han vil ha hatt
vi vil ha hatt
dere vil ha hatt
de vil ha hatt

Conditional

jeg ville ha
du ville ha
han ville ha
vi ville ha
dere ville ha
de ville ha
jeg ville ha hatt
du ville ha hatt
han ville ha hatt
vi ville ha hatt
dere ville ha hatt
de ville ha hatt

Imperativ

jeg  
du ha
han  
vi  
dere  
de  

Conjugarea verbului være

Conjugarea verbului a fi (være) in limba norvegiana la toate timpurile:

være- a fi

Forme nominale

Infinitiv

  være

Participiu trecut

  vært

Participiu prezent

Indicativ

Prezent

jeg er
du er
han er
vi er
dere er
de er
jeg har vært
du har vært
han har vært
vi har vært
dere har vært
de har vært

Trecut

jeg var
du var
han var
vi var
dere var
de var
jeg hadde vært
du hadde vært
han hadde vært
vi hadde vært
dere hadde vært
de hadde vært

Viitor

jeg vil være
du vil være
han vil være
vi vil være
dere vil være
de vil være
jeg vil ha vært
du vil ha vært
han vil ha vært
vi vil ha vært
dere vil ha vært
de vil ha vært

Conditional

jeg ville være
du ville være
han ville være
vi ville være
dere ville være
de ville være
jeg ville ha vært
du ville ha vært
han ville ha vært
vi ville ha vært
dere ville ha vært
de ville ha vært

Imperativ

jeg  
du vær
han  
vi  
dere  
de  

Conjugarea verbului willen

Conjugarea verbului  a vrea (willen) in limba olandeza neerlandeza la toate timpurile:

willen- a vrea

Infinitiv – Onbepaalde wijs:

  willen
Participiu prezent– Tegenwoordig deelwoord:

  willend

Participiu trecutVerleden deelwoord:

  gewild
Indicativ – Aantonende wijs Conditional
Prezent – Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ik wil
jij wilt
hij wil
wij willen
jullie willen
zij willen
Prezent Perfect – Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ik heb gewild
jij hebt gewild
hij heeft gewild
wij hebben gewild
jullie hebben gewild
zij hebben gewild

Trecut
– Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ik wou; wilde
jij wou; wilde
hij wou; wilde
wij wouden; wilden
jullie wouden; wilden
zij wouden; wilden

Trecut Perfect
– Voltooid verleden tijd [v v t]

ik had gewild
jij had gewild
hij had gewild
wij hadden gewild
jullie hadden gewild
zij hadden gewild

Viitor
– Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ik zal willen
jij zult willen
hij zal willen
wij zullen willen
jullie zullen willen
zij zullen willen

Viitor Perfect
– Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ik zal gewild hebben
jij zult gewild hebben
hij zal gewild hebben
wij zullen gewild hebben
jullie zullen gewild hebben
zij zullen gewild hebben
Imperfect – Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ik zou willen
jij zou willen
hij zou willen
wij zouden willen
jullie zouden willen
zij zouden willen
Perfect – Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ik zou gewild hebben
jij zou gewild hebben
hij zou gewild hebben
wij zouden gewild hebben
jullie zouden gewild hebben
zij zouden gewild hebben
Imperativ – Gebiedende wijs
 

ik  
jij wil
hij  
wij  
jullie  
zij  
!

Conjugarea verbelor in olandeza neerlandeza.

Conjugarea verbului hebben

Conjugarea verbului a avea (hebben) in limba olandeza neerlandeza la toate timpurile:

hebben- a avea

Infinitiv – Onbepaalde wijs:

  hebben
Participiu prezent– Tegenwoordig deelwoord:

  hebbend

Participiu trecut Verleden deelwoord:

  gehad
Indicativ – Aantonende wijs Conditional
Prezent – Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ik heb
jij hebt
hij heeft
wij hebben
jullie hebben
zij hebben
Prezent Perfect – Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ik heb gehad
jij hebt gehad
hij heeft gehad
wij hebben gehad
jullie hebben gehad
zij hebben gehad

Trecut
– Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ik had
jij had
hij had
wij hadden
jullie hadden
zij hadden

Trecut Perfect
– Voltooid verleden tijd [v v t]

ik had gehad
jij had gehad
hij had gehad
wij hadden gehad
jullie hadden gehad
zij hadden gehad

Viitor
– Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ik zal hebben
jij zult hebben
hij zal hebben
wij zullen hebben
jullie zullen hebben
zij zullen hebben

Viitor Perfect
– Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ik zal gehad hebben
jij zult gehad hebben
hij zal gehad hebben
wij zullen gehad hebben
jullie zullen gehad hebben
zij zullen gehad hebben
Imperfect – Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ik zou hebben
jij zou hebben
hij zou hebben
wij zouden hebben
jullie zouden hebben
zij zouden hebben
Perfect – Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ik zou gehad hebben
jij zou gehad hebben
hij zou gehad hebben
wij zouden gehad hebben
jullie zouden gehad hebben
zij zouden gehad hebben
Imperativ – Gebiedende wijs
 

ik  
jij heb
hij  
wij  
jullie  
zij  
!

Conjugarea verbului zijn

Conjugarea verbului a fi (zijn)  in limba olandeza/neerlandeza la toate timpurile:

zijn- a fi

Infinitiv – Onbepaalde wijs:

  zijn; wezen
Participiu prezent– Tegenwoordig deelwoord:

  zijnd

Participiu trecutVerleden deelwoord:

  geweest
Indicativ – Aantonende wijs Conditional
Prezent – Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ik ben
jij bent
hij is
wij zijn
jullie zijn
zij zijn
Prezent Perfect – Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ik ben geweest
jij bent geweest
hij is geweest
wij zijn geweest
jullie zijn geweest
zij zijn geweest

Trecut
– Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ik was
jij was
hij was
wij waren
jullie waren
zij waren

Trecut Perfect
– Voltooid verleden tijd [v v t]

ik was geweest
jij was geweest
hij was geweest
wij waren geweest
jullie waren geweest
zij waren geweest

Viitor
– Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ik zal zijn; wezen
jij zult zijn; wezen
hij zal zijn; wezen
wij zullen zijn; wezen
jullie zullen zijn; wezen
zij zullen zijn; wezen

Viitor Perfect
– Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ik zal geweest zijn; wezen
jij zult geweest zijn; wezen
hij zal geweest zijn; wezen
wij zullen geweest zijn; wezen
jullie zullen geweest zijn; wezen
zij zullen geweest zijn; wezen
Imperfect – Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ik zou zijn; wezen
jij zou zijn; wezen
hij zou zijn; wezen
wij zouden zijn; wezen
jullie zouden zijn; wezen
zij zouden zijn; wezen
Perfect – Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ik zou geweest zijn; wezen
jij zou geweest zijn; wezen
hij zou geweest zijn; wezen
wij zouden geweest zijn; wezen
jullie zouden geweest zijn; wezen
zij zouden geweest zijn; wezen
Imperativ – Gebiedende wijs
 

ik  
jij wees
hij  
wij  
jullie  
zij  
!

Conjugarea verbului akar

Conjugarae verbului a vrea (akar) in limba maghiara la toate timpurile:

akar- a vrea

Infinitiv

  akarni
   

Prezent

  NEDEFINIT DEFINIT    
én akarok akarom    
te akarsz akarod    
ő akar akarja    
mi akarunk akarjuk    
ti akartok akarjátok    
ők akarnak akarják    
én téged akarlak      

Trecut

  NEDEFINIT DEFINIT    
én akartam akartam    
te akartál akartad    
ő akart akarta    
mi akartunk akartuk    
ti akartatok akartátok    
ők akartak akarták    
én téged akartalak      

Conditional

  NEDEFINIT DEFINIT    
én akarnék akarnám    
te akarnál akarnád    
ő akarna akarná    
mi akarnánk akarnánk    
ti akarnátok akarnátok    
ők akarnának akarnák    
én téged akarnálak      

Conjunctiv/Imperativ

  NEDEFINIT DEFINIT      
én akarjak akarjam      
te akarj, akarjál akard, akarjad      
ő akarjon akarja      
mi akarjunk akarjuk      
ti akarjatok akarjátok      
ők akarjanak akarják      
én téged akarjalak        

Infinitiv flexibil

én akarnom
te akarnod
ő akarnia
mi akarnunk
ti akarnotok
ők akarniuk
   

Conjugarea verbelor in maghiara.

Conjugarea verbului bír

Conjugarea verbului a avea (bír) in limba maghiara la toate timpurile:

bír- a avea

Infinitiv

  bírni
   

Prezent

  NEDEFINIT DEFINIT    
én bírok bírom    
te bírsz bírod    
ő bír bírja    
mi bírunk bírjuk    
ti bírtok bírjátok    
ők bírnak bírják    
én téged bírlak      

Trecut

  NEDEFINIT DEFINIT    
én bírtam bírtam    
te bírtál bírtad    
ő bírt bírta    
mi bírtunk bírtuk    
ti bírtatok bírtátok    
ők bírtak bírták    
én téged bírtalak      

Conditional

  NEDEFINIT DEFINIT    
én bírnék bírnám    
te bírnál bírnád    
ő bírna bírná    
mi bírnánk bírnánk    
ti bírnátok bírnátok    
ők bírnának bírnák    
én téged bírnálak      

Conjunctiv/Imperativ

  NEDEFINIT DEFINIT      
én bírjak bírjam      
te bírj, bírjál bírd, bírjad      
ő bírjon bírja      
mi bírjunk bírjuk      
ti bírjatok bírjátok      
ők bírjanak bírják      
én téged bírjalak        

Infinitiv flexibil

én bírnom
te bírnod
ő bírnia
mi bírnunk
ti bírnotok
ők bírniuk
   

Conjugarea verbului van

Conjugarea verbului a fi (van) in limba maghiara la toate timpurile:

van- a fi

Infinitiv

  lenni
   

Prezent

  NEDEFINIT DEFINIT  
én vagyok    
te vagy    
ő van    
mi vagyunk    
ti vagytok    
ők vannak    
én téged      

TRECUT

  NEDEFINIT DEFINIT  
én voltam    
te voltál    
ő volt    
mi voltunk    
ti voltatok    
ők voltak    
én téged voltalak    

Conditional

  NEDEFINIT DEFINIT  
én volnék    
te volnál    
ő volna    
mi volnánk    
ti volnátok    
ők volnának    
én téged volnálak    

Conjunctiv/Imperativ

  NEDEFINIT DEFINIT    
én legyek      
te legy, legyél      
ő legyen      
mi legyünk      
ti legyetek      
ők legyenek      
én téged legyelek      

Invinitiv flexibil

én lennem
te lenned
ő lennie
mi lennük
ti lennetek
ők lenniük
   

Conjugarea verbului suru

Conjugarea verbului a face in limba japoneza la toate timpurile:

suru- a face

Pentru glosar: suru; suru Pentru glosar: する; する Pentru glosar: 為る; 掏る; 擦る; 刷る
Clasa verbului : Suru (verb neregulat) sau Godan (verb regulat)
Pentru neregulat prima varianta, regulat a doua.
Indicativ nontrecut
Afirmativ Negativ
Simplu suru; suru
Politete shimasu; surimasu
Simplu shinai; suranai
Politete shimasen’; surimasen’
Afirmativ Negativ
Simplu する; する
Politete します; すります
Simplu しない; すらない
Politete しません; すりません
Afirmativ Negativ
Simplu する; 掏る; 擦る; 刷る
Politete します; 掏ります; 擦ります; 刷ります
Simplu しない; 掏らない; 擦らない; 刷らない
Politete しません; 掏りません; 擦りません; 刷りません
Indicativ trecut
Afirmativ Negativ
Simplu shita; sutta
Politete shimashita; surimashita
Simplu shinakatta; suranakatta
Politete shimasen’ deshita; surimasen’ deshita
Afirmativ Negativ
Simplu した; すゝた
Politete しました; すりました
Simplu しなかゝた; すらなかゝた
Politete しませんでした; すりませんでした
Afirmativ Negativ
Simplu した; 掏ゝた; 擦ゝた; 刷ゝた
Politete しました; 掏りました; 擦りました; 刷りました
Simplu しなかゝた; 掏らなかゝた; 擦らなかゝた; 刷らなかゝた
Politete しませんでした; 掏りませんでした; 擦りませんでした; 刷りませんでした
Volitional
Afirmativ Negativ
Simplu shiyou; surou
Politete shimashou; surimashou
Simplu surumai; surumai
Politete shimasumai; surimasumai
Afirmativ Negativ
Simplu しよう; すろう
Politete しましょう; すりましょう
Simplu するまい; するまい
Politete しますまい; すりますまい
Afirmativ Negativ
Simplu しよう; 掏ろう; 擦ろう; 刷ろう
Politete しましょう; 掏りましょう; 擦りましょう; 刷りましょう
Simplu するまい; 掏るまい; 擦るまい; 刷るまい
Politete しますまい; 掏りますまい; 擦りますまい; 刷りますまい
Presumptiv
Afirmativ Negativ
Simplu suru darou; suru darou
Politete suru deshou; suru deshou
Simplu shinai darou; suranai darou
Politete shinai deshou; suranai deshou
Afirmativ Negativ
Simplu するだろう; するだろう
Politete するでしょう; するでしょう
Simplu しないだろう; すらないだろう
Politete しないでしょう; すらないでしょう
Afirmativ Negativ
Simplu するだろう; 掏るだろう; 擦るだろう; 刷るだろう
Politete するでしょう; 掏るでしょう; 擦るでしょう; 刷るでしょう
Simplu しないだろう; 掏らないだろう; 擦らないだろう; 刷らないだろう
Politete しないでしょう; 掏らないでしょう; 擦らないでしょう; 刷らないでしょう

Conjugarea verbelor in japoneza.